Gevolgen windmolenpark Afsluitdijk voor de waterrecreatie

Windpark Fryslân BV heeft het voornemen om een windpark te realiseren in het Friese deel van het IJsselmeer, nabij de Afsluitdijk. Het windpark bestaat uit 89 turbines met een tiphoogte van 183 meter en ligt op 6,4 km uit de kust van Makkum. Waterrecreatie Advies bracht de gevolgen in kaart.

De Europese Unie heeft ten aanzien van hernieuwbare energiebronnen een taakstelling per Lidstaat vastgelegd in richtlijn 2009/28/EG ‘Richtlijn ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen’. Voor Nederland is als taakstelling gesteld dat 14% van het finale eindverbruik van energie in 2020 uit hernieuwbare bronnen dient te zijn opgewekt. Genoemde 14% is door het Rijk vertaalt in 7.500 MW in 2020. Vervolgens heeft het Rijk besloten daarvan 6.000 MW aan land te plaatsen (inclusief het IJsselmeergebied) en 1.500 MW op zee.

In de praktijk bestaat tegen de aanleg van windmolenparken op land veel weerstand onder de bevolking, waardoor realisatie van de doelstelling vertraging op loopt. Ook op zee is sprake van tijdrovende procedures. Om de taakstelling niet in gevaar te brengen, heeft het Rijk aan de provincies gevraagd locaties of zoekgebieden aan te wijzen waar de windmolens wel geplaatst kunnen worden. 

De provincies (IPO, koepelorganisatie van de 12 provincies) hebben vervolgens 11 grote gebieden aangewezen die geschikt zijn voor windparken van minimaal 100 MW. Windpark Fryslân, met een geïnstalleerd vermogen van ca. 320 MW,  is er daar één van. In het Energieakkoord heeft het Rijk met de provincies, de windenergiesector en natuur- en milieuorganisaties afgesproken de taakstelling te realiseren. Het project valt onder de Rijkscoördinatieregeling (RCR), waardoor de inspraakmogelijkheden beperkt zijn om te veel vertraging te voorkomen.

In 2012 kon voor het eerst een Zienswijze worden ingediend op de Conceptnotitie reikwijdte en detail Windpark Fryslân. Drie bedrijven in Makkum, Workum en Hindeloopen vroegen Waterrecreatie Advies de mogelijke gevolgen voor de waterrecreatie in beeld te brengen. In bijgevoegde rapportage is de historie, aanleiding en zijn de te verwachten gevolgen beschreven. De conclusie is dat het Rijk haar visie op het landschap heeft gedelegeerd naar de provincies. Het landschap is daarmee ondergeschikt aan (binnen de EU) gemaakte afspraken over duurzame energie. De gevolgen in een klein land zijn groot. De watersport in het IJsselmeergebied vindt zijn waarde in de open ruimte en de  weidsheid, het kunnen ervaren van de duisternis, van de natuur en een ongestoorde horizon.  Het rapport pleit voor een realistische voorstelling van de landschappelijke gevolgen van het windmolenpark.

Visualisatie vanuit Makkum
Visualisatie vanaf het strand bij Makkum uit de Publiekssamenvatting, behorend bij het milieueffectrapport.
De windturbines bij Makkum staan 6,5 km uit de kust.

Vervolg
Bij de Noordoostpolder en bij Medemblik staan windmolens waardoor de impact op het landschap voor iedereen zichtbaar is. De Afsluitdijk is niet de enige zoeklocatie in het IJsselmeergebied die door de provincies is aangewezen om aan de afgesproken taakstelling te kunnen voldoen. De Houtribdijk tussen Lelystad en Enkhuizen is aangewezen en het Markermeer staat op de “reservelijst”. Voor de discussies in RRAAM-werk, het maatschappelijk platform dat het Rijk geadviseerd heeft over de Rijksstructuurvisie Amsterdam – Almere – Markermeer heeft Waterrecreatie Advies een presentatie gegeven over  ruimtelijke kwaliteit en zichtafstanden in het Markermeer. Ook die presentatie is bijgevoegd.   

In 2014 heeft ETFI (European Tourism Futures Institute in Leeuwarden) in opdracht van Pondera Consult, initiatiefnemer van Windpark Fryslân, een literatuurstudie gedaan naar de potentiele toeristische impact van het windpark. Gevolgen kunnen volgen ETFI niet of nauwelijks worden aangetoond. ETFI pleit wel voor een goed onderzoek naar de landschappelijke impact. Download hier het rapport Windpark Fryslân Potentiële toeristische impact van ETFI.

Tijdens bijeenkomsten op kantoor bij Waterrecreatie Advies met o.a. Nuon en de initiatiefnemers van Windpark Fryslân is gesproken over de effecten op het landschap en gevraagd om een eerlijke en realistische visualisatie en voorlichting. De voor RRAAM-werk gemaakte presentatie is getoond. Ook is gesproken over vaarbewegingen. De kaart over de de vaarintensiteit in de Publiekssamenvatting van de MER en in de Vouwkaart over Windpark Fryslân komt uit een rapport van Rijkswaterstaat / RIZA op basis waarvan Pondera concludeert dat “recreatievaart op de locatie van het windpark slechts beperkt voor komt”. De kaart op pagina 21 uit het Onderzoek vaargedrag IJsselmeergebied & Waddenzee geeft een werkelijk beeld van de vaarintensiteit in dat deel van het IJsselmeergebied.

Intensiteit recreatievaart IJsselmeer

Het besluit om een windpark in het IJsselmeer aan te leggen is het resultaat van een democratisch proces. Het proces moet wel eerlijk gespeeld worden. 

Update
De (ontwerp)besluiten voor Windpark Fryslân lagen in april 2016 ter visie. Ruim 300 particulieren en organisaties hebben een zienswijze ingediend.

  


DEEL DEZE PAGINA


Facebook Twitter Google+ Linkedin




Havenvisie voor de Waddenzee


Ontwikkelingen in de Waddenzee hebben jaren lang beleidsmatig op slot gezeten. Het is een kwetsbaar gebied, maar er was een toenemende vraag naar kwalitatief goede passantenplaatsen op de eilanden. Omdat in de havens onvoldoende plaats was, vielen boten buiten de haven droog of gingen voor anker. Dat was niet goed voor de natuur.



Platform jachthavens IJsselmeergebied


In 1992 heeft Reinier Steensma het Platform jachthavens IJsselmeergebied opgericht. Drie keer per jaar komt de groep bij elkaar. Gespreksonderwerpen zijn o.a. ruimtelijke ontwikkelingen en de toekomst van de watersport. De deelnemers beheren ca. 40% van de ligplaatsen in het IJsselmeergebied. Er zijn ook deelnemers uit de Waddenzee.



Jongeren en watersport


In opdracht van de provincie Fryslân (Friese Merenproject) heeft Waterrecreatie Advies onderzoek gedaan naar jongeren en watersport. Friese ondernemers maken zich zorgen over de jeugd en de toekomst van de watersport. Een bijzonder onderzoek waarin veel nationale en regionale cijfers bijeen zijn gebracht.



Watersport in Limburg


Eind 2012 heeft Waterrecreatie Advies onderzoek gedaan naar de watersport in het Limburgse Maasplassengebied. Alle jachthavens, passantenhavens en winterstallingbedrijven hebben meegewerkt (respons 100%). De resultaten zijn door Bureau Vrolijks gebruikt voor een Nautisch PvE voor de Maasplassen.



Breskens, hotspot voor zeezeilers


Het waterfront van Breskens gaat op de schop. Er komt een nieuwe visafslag en een visserijmuseum in de Handelshaven. De voormalige Vissershaven wordt ingericht als jachthaven. Bij de transformatie ontstaat ruimte voor ruim 400 woningen en appartementen. Verder krijgt Breskens een Zeezeilcentrum en wordt het een ‘Internationale hotspot voor zeezeilers’.



Onderzoek naar 'end of life' boten in Nederland


De watersporter vergrijst en het vaargedrag verandert. Jongeren zijn minder snel geneigd een boot te kopen en dat heeft op termijn grote gevolgen voor de sector. Aan Waterrecreatie Advies is gevraagd hoe snel de ontwikkelingen gaan.



Watersport op de Haagse stranden


Waterrecreatie Advies heeft in opdracht van de gemeente Den Haag de wensen van de gebruikers van het strand geïnventariseerd. Golfsurfers, windsurfers, kitesurfers, SUP-pers, kanoërs, catamaranzeilers en zwemmers komen graag naar de kust tussen Scheveningen en Kijkduin. Het is druk op het strand.



Aantal boten in Nederland


Publicaties, nieuwsberichten en “Kerncijfers” over o.a. het aantal boten in Nederland, over groei en krimp in de watersport, de ontwikkeling van wachtlijsten en bezettingsgraden, vaarbewegingen, passanten die langer blijven liggen, bestedingen aan de wal, vergrijzing of inspelen op trends, bijna altijd gaat het over onze cijfers.



Ontwikkeling watersport Hollandse Plassen 2008 - 2015


De provincie Zuid-Holland heeft opdracht verleend aan Waterrecreatie Advies om onderzoek te doen naar de ontwikkeling van de watersport in de Hollandse Plassen. Het te onderzoeken gebied bestaat uit 6 gemeenten: Alphen aan den Rijn, Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Nieuwkoop en Teylingen.



Elektrisch varen in Amsterdam


In opdracht van de gemeente Amsterdam, Programmabureau Luchtkwaliteit, heeft Waterrecreatie Advies onderzoek gedaan naar de rondvaart en recreatievaart in Amsterdam. In 2012 werden 24 rederijen geïnterviewd. Tijdens die interviews kwam ook de aandrijving aan de orde, de omschakeling van dieselmotoren naar elektrische aandrijving.



Ontwikkeling watersport IJsselmeergebied 2012


In opdracht van de provincies Fryslân, Overijssel, Gelderland, Flevoland en Noord-Holland en Rijkswaterstaat heeft Waterrecreatie Advies in 2012 onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van de watersport in het IJsselmeergebied. Voor het eerst sinds 1994 was het aantal boten gedaald. De gevolgen van de economische crisis werden zichtbaar.



Strategische visie watersport


De partijen in Waterfronts NL kregen opdracht een strategische visie te ontwikkelen voor de watersport(industrie) in het gebied tussen Frankrijk, België, Nederland en Engeland (deelnemers o.a. de gemeenten Hellevoetsluis, Vlissingen, Gent, Nieuwpoort, Duinkerken en Ramsgate). Bijzonder rapport over “onze buren” in de Kanaalregio.



Deltaprogramma en waterpeil IJsselmeergebied


Over het waterpeil in het IJsselmeergebied wordt al heel lang gediscussieerd. Aanleiding is de verwachte stijging van de zeespiegel en bodemdaling. De spuicapaciteit in de Afsluitdijk wordt vergroot en voor noodgevallen worden pompen bijgeplaatst. Rijkswaterstaat wil naar een flexibel peilbeheer. De recreatiesector vreest de gevolgen.



Telling vaarbewegingen jachthavens


Vanaf 9.00 uur tot 20.00 uur is in 7 jachthavens het aantal boten geteld dat de haven in- en uitvoer. Tellingen vonden plaats in het hoogseizoen en het naseizoen. Opdrachtgever was Rijkswaterstaat/RIZA met het doel een computerprogramma te maken over de verstoring van watervogels door recreatievaartuigen.



Bestedingen van watersporters


In 1994 is voor de eerste keer onderzoek gedaan naar o.a. de bestedingen van watersporters. In 2002 werd dit onderzoek herhaald. In 2013 hebben 787 passanten en ligplaatshouders in 13 havens een vragenformulier ingevuld. 50% had een ligplaats in het IJsselmeergebied, de andere helft kwam uit de rest van Nederland en uit het buitenland.



Kansen waterrecreatie in Almere


Waterrecreatie Advies heeft een presentatie verzorgd in Almere over trends en ontwikkelingen. Daarna hebben de aanwezigen een SWOT en een WAPP-lijst opgesteld. In beleidsvisies wordt vaak gesproken over “motiveren”, “faciliteren”, “initiëren” en “stimuleren” zonder afspraken te maken over wie nu werkelijk wat gaat doen.



Onderzoek vaargedrag watersporters


Tussen 2002 en 2008 heeft Waterrecreatie Advies vijf grote onderzoeken uitgevoerd onder passanten in het IJsselmeer en de Waddenzee (2002), Noordzee (2003), Randmeren en Flevoland (2006), Friesland (2007) en het Deltagebied (2008). Omdat de methodiek hetzelfde was, kunnen de vaargebieden met elkaar worden vergeleken.



Opmeer en de BRTN


Het dorpje Opmeer in Noord-Holland wilde graag een haventje voor ligplaatshouders en passanten. Het is een prachtig voorbeeld hoe dankzij het enthousiasme van de gemeente Opmeer, Recreatieschap Westfriesland en bewoners knelpunten worden opgelost en nieuwe DM routenetwerken ontstaan.



Expert judgement vaarbewegingen Naarder- en Muidertrekvaart


In 2008 en 2010 werden wij door Grontmij betrokken bij mogelijke verbindingen vanaf de Naardertrekvaart bij Naarden naar het Gooimeer. In 2015 vroeg advies- en ingenieursbureau Tauw een expert judgement van het te verwachten recreatief gebruik. In 2016 volgde de Muidertrekvaart in opdracht van gemeente Gooise Meren.



Watersport in 2030, 2040 en 2050


In opdracht van RWS | Water, Verkeer en Leefomgeving heeft Waterrecreatie Advies een prognose opgesteld voor de ontwikkeling van de recreatievaart in 2030, 2040 en 2050. Aanleiding is een nationale markt- en capaciteitsanalyse (NMCA) van het gebruik van vaarwegen, bruggen en sluizen in de toekomst.