Sinds 1994 wordt jaarlijks onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van de watersport in het IJsselmeergebied. Een 'jachthaven' wordt door ons gedefinieerd als een bedrijf, vereniging, gemeente of stichting die ligplaatsen op jaar- of seizoenbasis verhuurt, passanten ontvangt en/of winterberging aan land aanbiedt (hoofd- en nevenactiviteit). Iedereen ontvangt een vragenformulier met een overzicht van de havengegevens van het afgelopen jaar en het verzoek die te actualiseren. De spontane respons bedraagt meer dan 60% en na een herhalingsmailing bijna 80%. De laatste havens worden gebeld tot een respons van 100% is bereikt. Het gaat dus nadrukkelijk niet om een steekproef, maar om een complete inventarisatie. Dankzij deze methodiek is het o.a. mogelijk de groei van het aantal boten in het IJsselmeergebied te berekenen, maar er zijn ook allerlei trends uit af te leiden. Tijdens bijeenkomsten van het Overlegplatform jachthavens IJsselmeergebied (zie doorlopende projecten) worden de resultaten besproken en uitspraken gedaan over de verwachte groei van het aantal boten en het benodigde aantal ligplaatsen op lange termijn (tot 2030). De opdrachtgevers achter dit onderzoek, de provincies Noord-Holland, Fryslân, Flevoland, Gelderland en Overijssel en Rijkswaterstaat gebruiken de resultaten voor het bepalen van beleid voor de watersportsector en als input voor effectrapportages (Natura 2000, MER, Beheerplannen).

In 2000 werd het onderzoek uitgebreid naar andere belangrijke watersportgebieden in Nederland: het Groene Hart (2002), het Deltagebied (2003), de provincie Noord-Holland (2000 en 2007), de provincie Zuid-Holland (2008), de provincie Zeeland (2003 en 2009), de Waddenzee (2009), de provincie Overijssel (2010) en Gelderland (2010). In het op het kaartje aangegeven blauwe gebied liggen 114.000 boten in 1.030 'jachthavens'. De gemiddelde bezettingsgraad bedraagt 93,8%. Het aantal 'bootovernachtingen' van passanten in genoemde jachthavens bedraagt bijna 1,1 miljoen.

De gegevens van o.a. het IJsselmeergebied, de Waddenzee, de Noordzee, het Deltagebied en een groot deel van 'het Rivierengebied' zijn compleet. Een volgend doel is de provincie Limburg en het laatste deel van Brabant en Utrecht. Doelstelling is om de watersport in heel Nederland via dezelfde methodiek in kaart te brengen. Door periodiek te monitoren ontstaat inzicht in regionale ontwikkelingen en trends.

Behalve onderzoek naar de ontwikkelingen bij jachthavens is het belangrijk te weten wie de gebruikers zijn, waarom watersporters naar een bepaald gebied komen, wat men van een gebied vindt en wat verbeterd zou kunnen worden. Om antwoord te krijgen op dergelijke vragen wordt veelvuldig overleg gepleegd met vertegenwoordigers van organisaties zoals het Watersportverbond en wordt gericht onderzoek gedaan onder de gebruikers van het water. De respons op onze onderzoeken is hoog omdat we zelf in de sector werkzaam zijn geweest en weten welke vragen wel of niet gesteld moeten worden.

Mede dankzij de hoeveelheid kennis die binnen de sector was opgedaan, kreeg Waterrecreatie Advies in 2004 opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) om onderzoek te doen naar het totale aantal recreatievaartuigen in Nederland. Een dergelijk onderzoek was voor het laatst uitgevoerd in 1976 door het toenmalige ministerie van CRM. Achtergrond van het onderzoek was de mogelijke introductie van een Watersportbijdrage. Om dezelfde reden werd in opdracht van het ministerie ook onderzoek gedaan naar (het opheffen van) brug- en sluisgelden en andere doorvaartheffingen in Nederland. Gezien het belang van beide onderzoeken kunnen de eindrapportages als PDF van deze website worden gedownload.

Opdrachtgevers en projectreferenties:
 
 
 
  •  
  •  
     
     
     
     
     
     
  •  
  •  
     
  •  
  •  
  •  
  •  
     
     
  •  





  •